· 1 min lezen
Energiegevers en energievreters in kaart
Een eenvoudige oefening van een week die laat zien waar je energie echt naartoe gaat.
"Ik ben gewoon moe." Het is de zin die ik het vaakst hoor in het eerste gesprek. Maar moe van wat? Bijna niemand weet dat precies, en zonder dat antwoord blijft elke oplossing gokken.
Daarom geef ik iedereen dezelfde oefening mee.
De oefening
Houd een week lang bij wat je doet, in blokken van een uur. Geef elk blok een cijfer van −2 tot +2:
- +2 je komt er energieker uit dan je erin ging
- 0 neutraal
- −2 je bent er leeg van
Niet nadenken, gewoon invullen. Ook in het weekend.
Wat je ziet
Na een week liggen er patronen. Bij de een is het overleg met meer dan zes mensen, bij de ander het werken in de avond, of juist de dagen zonder enig contact. Soms blijkt het werk zelf prima, maar is het de reistijd ervoor.
Let vooral op de verrassingen. Dingen waarvan je dacht dat ze je energie kostten, maar die een +1 kregen. En andersom.
En dan?
Je hoeft niet alle min-blokken te schrappen; dat kan meestal ook niet. Begin met één:
- Kies het blok dat het vaakst −2 scoort.
- Bedenk wat er minimaal moet veranderen om er −1 van te maken.
- Probeer dat twee weken.
Klein, haalbaar, en daardoor vol te houden. Zo bouw je stap voor stap ruimte terug.